Kies een biografie

Naar eigen keus en smaak

Biografie

Frits Criens (1949) is stadsdichter van de gemeente Leudal (L) Hij publiceert proza, poëzie, light verse en toneel. Ernst en humor zijn twee gelijkwaardige elementen in zijn werk, dat helder is en direct. Frits Criens treedt regelmatig op tijdens festivals en literaire bijeenkomsten, ook samen met zijn zoon Quirien van Haelen. Hij is een innemend performer en verteller die zijn publiek voor zich weet te winnen. Of het nu een kort optreden betreft, of een avondvullend programma.

Een bijzonderheid is dat Criens een tweetalig schrijver is. Voor zijn dialectwerk is hij meerdere keren bekroond.

 

Frits Criens: uitgebreide kennismaking

Frits Criens is geboren op 30 april 1949 in Haelen, een Limburgs dorp, dat is opgegaan in de gemeente Leudal waarvan Criens op 1 september 2007 officieel tot Stadsdichter werd benoemd. Dat was een begrijpelijke keuze, zowel in ABN als dialect timmerde Criens als schrijver behoorlijk aan de weg. Onoprechtheid, ijdelheid en zelfoverschatting vormen terugkerende thema’s in zijn geestige werk. Het besef van vergankelijkheid en de altijd aanwezige dood loopt als een rode draad door zijn serieuze werk, al is er altijd de relativerende humor.

Voor zijn light verse was het opgeheven tijdschrift De Tweede Ronde de thuisbasis van Frits Criens. Zijn eerste light-versebundel ‘Liefde uit blik’ is antiquarisch zeer gewild. Daarna volgden nog Eeuwig rijzen en Ik neem voortaan een datingcoach. Verder is zijn light verse opgenomen in diverse verzamelbundels, bloemlezingen en coproducties met andere light-versedichters. De bundel ‘Verloren Kost’ uit 2007 bevat serieuze poëzie. Dit opvallende debuut in de Windroosreeks van uitgeverij Holland kreeg in 2009 een vervolg met de bundel ‘Een mooie dag om dood te gaan’. Verder publiceerde Criens een drietal romans: Verzwegen oorlog; Het belang van schone ramen; Een roos vol splinters. Een vierde roman is in voorbereiding. ‘De veel gespeelde toneelstukken van Frits Criens zijn vooral vrolijke komedies voor het amateurtheater.

Frits Criens heeft diverse bundels met gedichten en verhalen in dialect op zijn naam staan, alsook een korte roman. Een selectie uit zijn columns in Dagblad de Limburger is uitgebracht onder de titel Ellie en ich …  Die titel verwijst naar een markante zinsnede uit veel van deze columns, die een sterk anekdotisch karakter hebben en dicht bij de lezers staan.

Een aardige bijzonderheid: Frits Criens is de vader van Quirien van Haelen, de dichter van de zapgeneratie, die als jongste poëet werd opgenomen in de dikke Komrij. Samen treden ze regelmatig en met veel succes op met hun Vader & Zoon programma.

 

 

 

Frits Criens: een biografische verkenning

Op Koninginnedag, 30 april 1949, kwam in een vochtig, donker krot op het adres Onder de Wiën 6 te Haelen, door medische interventie van een militaire arts van de Ernst Casimir kazerne in Roermond, Frits Criens ter wereld. De bevalling had zich over meerdere dagen voortgesleept, terwijl de lokale vroedvrouw machteloos had moeten toezien hoe de moeder haast bezweek onder ondraaglijke barenspijn.

De boreling was in kwantitatief opzicht ondermaats, dat zagen de desondanks gelukkige ouders ook wel, maar hun trots was groter dan hun teleurstelling. Ze namen zich welgemoed voor hun zoon zoveel mogelijk te zien als een normaal kind, dat zij met liefdevolle, doch Spartaanse opvoeding verder zouden helpen in de wereld. Dezelfde dag nog vonden ze bemoediging en steun in de woorden van hun bejaarde buurman, de legendarische Kwietjes Pier, naar wie een inmiddels afgebroken brug was genoemd. Deze wijze klompenmaker en keuterboer zou de afgematte moeder verrassen met de onnavolgbare, inmiddels historische uitspraak over haar eersteling: ‘Duizend gulden, vrouw, had de koningin ervoor over, als ze er zo eentje had!’ Het compliment leverde hem niet alleen terstond een aantal borrels op, maar ook de onwrikbare sympathie van de ouders voor de rest van zijn lange leven. Met zijn welgemeende loftuiting, tevens geboortegeschenk, ging deze dorpsfilosoof tactisch voorbij aan het schriele postuur van de nieuwe wereldburger. Wel zei zijn rake observatie iets over een van de kwaliteiten van het kind in relatie tot de monarchie. De jarige koningin immers had enkel dochters en dus geen mannelijke troonopvolger. Met andere woorden: ‘Ouders, tel uw zegeningen!’

 

Het is moeilijk te beoordelen of de bizarre omstandigheden van en rond de geboorte louter toeval waren, of dat ze de voorafschaduwing vormden van een eigenzinnig schrijverschap. Die eigenzinnigheid had een jaar of tien na de geboorte al geleid tot een venijnige godsdienstrel in Haelen. De dichter, die toen al veel belangstelling voor literatuur aan de dag legde en in de tweede klas reeds alle delen van ‘Wipneus en Pim’ uit de schoolbibliotheek had stukgelezen, was door de kapelaan uitverkoren om misdienaar te worden. Dat eervolle nieuws bracht de geestelijke hoogstpersoonlijk over aan de moeder, op een druilerige dinsdagmiddag, toen zij de strijkwas verzorgde. Anders dan de priester had verwacht, leidde het bericht niet tot vreugde in het gezin. Aanvankelijk leek de uitverkorene nog opgetogen, maar de liberale vader, die het karakter van zijn zoon wilde stalen, hield de jongen voor dat een misdienaar ook moet opdraven als het hem niet gelegen komt, bijvoorbeeld bij heel slecht weer, of op zondagmiddagen, als vader en zoon vaak samen naar de Maas gingen vissen. De beoogde misdienaar had zijn conclusies snel getrokken en legde het aanbod van de kapelaan naast zich neer. Dat viel in verkeerde aarde en de weigeraar werd door de priester psychisch onder druk gezet, doch hij hield vol, hoewel zijn halsstarrigheid tot tweespalt in de klas leidde en sommige klasgenoten zelfs niet meer met hem wilden spelen, daartoe aangezet door hun fanatieke ouders. De moeder van de weigeraar werd eveneens aangepakt door de gekwetste priester, die haar overdag thuis opzocht als haar man naar zijn werk was en haar zoon naar school. Menigmaal trof de onthutste knaap zijn moeder totaal overstuur aan in de keuken, terwijl ze bitter weende om de dreigementen van de hardvochtige kapelaan en de straffen Gods die hij over haar had afgeroepen. Ondanks de geestelijke martelingen van hemzelf en zijn moeder en ondanks de bezwering van de priester dat het hele gezin in de hel zou komen, bleef de jongen bij zijn besluit. Hoewel deze ingrijpende episode uit zijn jonge leven nog geen plaats kreeg in het oeuvre van de schrijver Frits Criens, is zij – net als zijn ongewone geboorte – het weten waard voor wie zijn werk durft te zien als een groeibriljant waaraan Criens met fijnzinnig vakmanschap blijft slijpen.

 

Cato Beerens,

hagiografe in opl.

werkstuk 2de jaar, HBO Literatuur & Communicatie

✧✧